Reglement RK Begraafplaatsen in Laarbeek

REGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN
PAROCHIE ZALIGE PATER EUSTACHIUS VAN LIESHOUT

Inhoud

I Algemene Bepalingen artikel 1 – 8

II Het vestigen van de grafrechten artikel 9 – 14

III Het verlengen van de grafrechten artikel 15 – 18

IV Einde van de grafrechten artikel 19

V Indeling van een begraafplaats
en onderscheid van de graven artikel 20 – 25

VI Asbussen artikel 26 – 29

VII Graftekens en grafbeplantingen artikel 30 – 35

VIII Tarieven en onderhoud artikel 36 – 39

IX Overgangsbepaling artikel 40

X Slotbepalingen artikel 41 – 45

I Algemene Bepalingen

Begripsaanduidingen

Artikel 1
In dit Reglement wordt verstaan onder:
a. bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de rechtspersoon R.-K.
parochie Zalige pater Eustachius van Lieshout te Laarbeek, eigenaresse van de
begraafplaatsen:
Onze Lieve Vrouwepresentatiebegraafplaats, gevestigd Dorpsstraat 5 te Aarle-Rixtel,
Sint Leonardusbegraafplaats, gevestigd Kapelstraat 31, te Beek en Donk,
Begraafplaats De Oude Toren, gevestigd Dr.Timmerslaan, te Beek en Donk,
Sint Servatiusbegraafplaats, gevestigd Kerkhofpad te Lieshout,
Onze Lieve Vrouw van Lourdesbegraafplaats, gevestigd Mariastraat 25 te Mariahout.
b. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, genoemd als in sub a.
c. beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van een of meerdere begraafplaatsen.
d. eigen (urnen-)graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
e. rechthebbende: de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een eigen(urnen-)graf is verleend.
h. grafrecht: het recht op een eigen (urnen-) graf voor tenminste twintig jaar; het recht op bewaring van een asbus in de urnenbewaarplaats voor twintig jaar,
i. bijzetting:
1. het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
2. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
3. het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
4. het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats of columbarium.
j. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene.
k. urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
l. urnenbewaarplaats of columbarium: voorziening op de begraafplaats waarin asbussen
of urnen in een afgesloten ruimte dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden
worden opgeborgen.
m. strooiveld: terrein dat bestemd is om permanent as te verstrooien.

Bestuur

Artikel 2
Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en terzake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

Beheerder

Artikel 3
Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats(en).
De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats(en) betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

Regelingen vóór een begraving

Artikel 4
1. Voor de begraving dient het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot het bezorgen van de as te worden getoond.
2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overgelegd.

Bevorderen van natuurlijke ontbinding

Artikel 4a
1. Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.
2. Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet voldoen aan in de bijlage I genoemde voorwaarden en alle overige wettelijk voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de lijkvertering en eventuele andere met deze regelgeving samenhangende doeleinden.
De rechthebbende heeft er zorg voor te dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op verzoek van de beheerder een daartoe strekkende verklaring afgeeft.
3. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.
4. De rechthebbende is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde voorschriften. Eventuele schade en/of kosten tengevolge van niet-naleving van deze voorschriften zullen op de rechthebbende worden verhaald.

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus

Artikel 5
1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.
De begraafplaatsen zijn niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.
2. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer, welk registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen.

Werkzaamheden op de begraafplaats

Artikel 6
1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de betreffende begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.
2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaatsen daarvoor geopend zijn.
Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
3. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.
Bezoekers

Artikel 7
Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaatsen voor bezoekers toegankelijk zijn. De begraafplaatsen zijn voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. Honden c.q andere dieren worden niet op de begraafplaatsen toegelaten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Bezoekers wordt verzocht luidruchtigheid te vermijden.
Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie

Artikel 8
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van de begraafplaatsen. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.
2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

II Het vestigen van het grafrecht

Schriftelijke overeenkomst

Artikel 9
Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd
grafakte.

Uitgifte van graven

Artikel 10
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in dit reglement.

Adres rechthebbende

Artikel 11
De rechthebbende is verplicht zijn/haar adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn/haar adres.

Overlijden rechthebbende

Artikel 12
Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende moeten de rechtverkrijgenden één persoon aanwijzen, die als rechthebbende zal optreden. Wanneer na 6 maanden na bedoeld overlijden geen aanwijzing, zoals hierboven omschreven, heeft plaatsgevonden en is gemeld, vervalt het verleende grafrecht. Er bestaat dan geen recht op evenredige terugbetaling.

Weigering tot begraving of bijzetting

Artikel 13
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten.

Ontbindende voorwaarden grafrechten

Artikel 14
Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.
Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

III Het verlengen van grafrechten

Schriftelijk informeren van de rechthebbende

Artikel 15
1. Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van vijf, tien of twintig jaar.
2. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling om verlenging van de termijn van het grafrecht is verzocht dan zal van het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de betreffende begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende

Artikel 16
1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van vijf, tien of twintig jaren.
2. Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen. Indien bijzondere redenen, zoals ruiming van een gravenveld, de voortzetting van het grafrecht in de weg staan, zal een graf elders op de begraafplaats worden aangeboden, alwaar het grafrecht kan worden voortgezet.

Voorwaarden voor verlenging

Artikel 17
De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

Verlenging bij bijzetting

Artikel 18
Wanneer in een particulier (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd met een periode van 20 jaar, te rekenen vanaf bijzetting.

IV Einde van de grafrechten

Artikel 19
De grafrechten vervallen:
a. door het verlopen van de gestelde termijn
b. indien de tarieven overeenkomstig artikel 36 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van het grafrecht zijn betaald.
c. indien de rechthebbende is overleden en geen aanwijzing en mededeling volgens artikel
11 heeft plaatsgevonden.
d. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 14 ;
e. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 15 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats zichtbaar vermeld is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
f. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 31;
g. indien de rechthebbende (of een gebruiker) bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Er bestaat geen recht op restitutie.

V Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Indeling door bestuur

Artikel 20
Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de
bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten van graven

Artikel 21
1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik, respectievelijk medegebruik van:
a. een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van een asbus of urn in een dubbelgraf is toegestaan.
b. een particulier kindergraf of een particulier graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van een asbus of urn is niet toegestaan.

2. De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 30.

Enkele graven

Artikel 22
In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden.

Dubbele graven

Artikel 23
Een enkel dubbeldiep graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen, dan wel één overledene en één asbus/urn. In een enkel dubbeldiep graf worden twee overledenen boven elkaar (niet naast elkaar) begraven.

Artikel 23a
Een dubbelbreed enkeldiep graf, is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen, dan wel één overledene en één asbus/urn. In een dubbelbreed enkeldiep graf worden twee overledenen naast elkaar (niet boven elkaar) begraven.

Artikel 23b
Een dubbelbreed dubbeldiep graf, is bestemd voor het begraven van vier met namen aangeduide overledenen. In een dubbelbreed dubbeldiep graf worden in totaal vier overledenen naast elkaar en boven elkaar begraven. Daarbij mogen ten hoogste twee onder elkaar worden begraven en ook mogen hooguit twee overledenen naast elkaar worden begraven.

Kindergraven

Artikel 24
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

Particulier urnengraf

Artikel 25
In een particulier urnengraf/kelder kunnen meerdere asbussen worden begraven.
In de aanwezige columbaria kunnen 1 of 2 asbussen worden geplaatst.

VI Asbussen

Bewaring van asbussen

Artikel 26
Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:
a. in een bestaand graf;
b. in een particulier urnengraf/kelder;
c. op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de ondergrond is verbonden;
d. in de urnenbewaarplaats van de begraafplaats;
.

Recht op het bewaren van een asbus

Artikel 27
De artikelen 9 t/m 14 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 26 genoemde wijzen.

Ruiming van asbussen

Artikel 28
Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as op een strooiveld.

Asuitstrooiing

Artikel 29
Op de begraafplaatsen bestaat de mogelijkheid tot uitstrooiing van de as van een overledene op een speciaal daarvoor ingericht strooiveld. Uitstrooiing kan enkel geschieden in overleg en aanwezigheid van de beheerder.

VII Graftekens en grafbeplantingen

Vergunning

Artikel 30
Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op particuliere graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de ‘Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen behorende tot dit reglement en de betreffende begraafplaats, en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze Voorschriften worden op verzoek door de beheerder aan iedere belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

Risico schade aan graftekens

Artikel 31
1. Gedurende de termijn van het grafrecht blijven de graftekens en de grafbeplanting eigendom van de rechthebbende. Het bestuur aanvaardt deze graftekens en grafbeplanting niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 32.
2. Schade aan graftekens ontstaan door storm en vandalisme wordt door het bestuur uitsluitend vergoed voor zover deze risico’s door een verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.
3. Schade veroorzaakt door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt.

Onderhoud graftekens en grafbeplanting

Artikel 32
1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
2. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die het toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
3. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is verstreken.

5. Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

Artikel 33
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder

Artikel 34
1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht

Artikel 35
Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht afstand te hebben gedaan van zijn eigenaarsrechten op grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.

VIII Tarieven en onderhoud

Tarieven

Artikel 36
1. Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven. Deze zijn als volgt samengesteld:
a. een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen-) graf;
b. een bedrag voor huur van de grafruimte;
c. een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht;
d. een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken inclusief fundering en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.
2. Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven, welke jaarlijks kunnen worden aangepast overeenkomstig de bisschoppelijke richtlijnen.

Algemeen onderhoud

Artikel 37
Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 30 door de rechthebbende zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting

Artikel 38
Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 37 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 36 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.
Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

Ruiming van graven en asbussen

Artikel 39
Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnenbewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

IX Overgangsbepaling

Artikel 40
1. Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement de termijn gesteld op 30 jaren na inwerkingtreding van dat reglement. Dit geldt voor begraafplaats ….in Aarle-Rixtel vanaf 1 januari 1995, voor de begraafplaatsen De Oude Toren en St.Leonardus in Beek en Donk vanaf 1 juli 2006, voor de begraafplaats …..Lieshout vanaf 8 november 2007 en voor de begraafplaats….. in Mariahout vanaf 13 februari 2008. Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 36, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
2. Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 36, lid 1, sub b.

X Slotbepalingen

Sluiting van een begraafplaats

Artikel 41
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd.
Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

Klachten

Artikel 42
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

Onvoorzien

Artikel 43
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallenverklaring eerdere reglementen

Artikel 44
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement

Artikel 45
Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van ’s Hertogenbosch.
Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.
Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.
De rechthebbenden worden van de wijzigingen in kennis gesteld.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 18-11-2015 en goedgekeurd door de bisschop van ’s Hertogenbosch d.d. 11-11-2015 en van toepassing verklaard met ingang van 01-01-2016 .

Kerkhoven in Laarbeek R.K.:
Aarle-Rixtel bij O.L. Vrouw Presentatiekerk
Beek en Donk bij De Oude Toren en Leonarduskerkhof bij de Leonarduskerk
Lieshout bij Kerkhofpad in Lieshout
Mariahout bij O.L. Vrouw van Lourdeskerk